Rendement vastgoed berekenen: BAR, NAR, cash-on-cash en IRR uitgelegd
Laatst bijgewerkt: 12 september 2026
BAR is de bruto jaarhuur gedeeld door de totale investering (koopsom plus kosten koper). NAR trekt daar de exploitatiekosten van af. Cash-on-cash meet je jaarlijkse cashflow ten opzichte van je eigen inleg, en IRR verwerkt alle kasstromen over de hele looptijd, inclusief de verkoop.
"Wat is het rendement?" is bij vastgoed een vraag met meerdere goede antwoorden, omdat er meerdere dingen te meten zijn: het pand op zichzelf, je eigen ingebrachte geld, of de hele looptijd inclusief verkoop. Deze gids legt de vier kengetallen uit die je in elke serieuze rendementsberekening tegenkomt — BAR, NAR, cash-on-cash en IRR — en wanneer je welke gebruikt.
BAR: bruto aanvangsrendement
Het bruto aanvangsrendement is de eenvoudigste en meest gebruikte vuistregel:
BAR = bruto jaarhuur / totale investering
De totale investering is de aankoopprijs plus kosten koper (overdrachtsbelasting, notaris, makelaar, taxatie) en eventuele opknapkosten — niet alleen de kale koopsom. BAR zegt niets over onderhoud, VvE-bijdrage, verzekering, leegstand of financiering: het is een pand-kengetal, geen rendement-op-je-geld-kengetal. Twee panden met dezelfde BAR kunnen daardoor een heel verschillend netto rendement opleveren.
NAR: netto aanvangsrendement
Het netto aanvangsrendement corrigeert BAR voor de kosten die het pand met zich meebrengt:
NAR = NOI / totale investering
NOI staat voor netto operationele inkomsten: de brutohuur minus exploitatiekosten zoals onderhoud, VvE, verzekering, OZB en leegstand — maar vóór financieringslasten. NAR geeft daardoor een realistischer beeld dan BAR, al blijft het net als BAR een kengetal over het pand zelf, onafhankelijk van hoe je het financiert.
Cash-on-cash rendement: wat jouw eigen geld doet
Waar BAR en NAR het pand meten, meet cash-on-cash rendement wat je eigen ingebrachte vermogen oplevert:
Cash-on-cash = cashflow / eigen inleg
De cashflow is hier de kasstroom ná financieringslasten (rente én aflossing) — wat er daadwerkelijk in je zak blijft. De eigen inleg is je totale investering minus de hypotheek. Dit kengetal laat het hefboomeffect zien: bij een gefinancierde aankoop kan het cash-on-cashrendement hoger uitvallen dan de NAR, omdat je met relatief weinig eigen geld toch de volledige huuropbrengst (min financieringslasten) ontvangt — en ook lager, als de financieringslasten de cashflow flink drukken. Financier je een aankoop volledig met eigen geld, dan bestaat cash-on-cash rendement niet als apart kengetal: het valt dan samen met NAR.
IRR: de interne rentevoet over de hele looptijd
De interne rentevoet (IRR) is het meest volledige kengetal, omdat het niet naar één jaar kijkt maar naar de hele reeks kasstromen over de gekozen horizon:
0 = Σ kasstroom(t) / (1 + IRR)ᵗ
De reeks begint met je eigen inleg als negatieve kasstroom in jaar 0, gevolgd door de jaarlijkse cashflow, en in het laatste jaar plus de netto verkoopopbrengst (verkoopwaarde minus verkoopkosten minus restschuld). De rente waarbij deze reeks op nul uitkomt, is de IRR. Er bestaat geen directe formule om die op te lossen — de tools op deze site zoeken hem met bisectie. Wisselt de cashflow meerdere keren van teken, dan kan de vergelijking wiskundig meer dan één oplossing hebben; en bestaat er geen geldige oplossing (bijvoorbeeld omdat de cashflow nooit van teken wisselt), dan hoort er geen IRR getoond te worden — een tool die dan tóch een getal presenteert, verzint het.
Omdat IRR rekening houdt met wanneer geld binnenkomt (niet alleen hoeveel), is het het enige kengetal van de vier waarmee je scenario's met een verschillende looptijd of verkoopmoment eerlijk kunt vergelijken.
Welke gebruik je wanneer?
- Snel panden vergelijken op vraagprijs — BAR, met het besef dat je daarmee niets zegt over lopende kosten.
- Realistischer beeld van de exploitatie — NAR, zodra je de exploitatiekosten kunt inschatten.
- Hoe hard je eigen geld werkt — cash-on-cash, vooral relevant zodra je met vreemd vermogen financiert.
- Scenario's over de hele looptijd vergelijken, inclusief waardestijging en een toekomstige verkoop — IRR.
Vergelijk deze kengetallen bij voorkeur binnen dezelfde categorie: BAR/NAR (het pand) met BAR/NAR, en cash-on-cash/IRR (jouw eigen inleg) met cash-on-cash/IRR. Een hoge BAR met een lage IRR — of andersom — is geen tegenstrijdigheid, het zijn twee verschillende vragen.
Bij een flip liggen de kengetallen anders
De vier kengetallen hierboven horen bij verhuur — een pand dat je aankoopt en over meerdere jaren exploiteert. Koop je aan om binnen een paar maanden te verkopen (een flip), dan is er geen jaarlijkse cashflow om een jaarrendement op te baseren. Daar reken je in plaats daarvan met nettowinst (verkoopopbrengst minus alle kosten), rendement op eigen vermogen over de hele doorlooptijd, een geannualiseerd rendement (dat omgerekend naar jaarbasis) en een winstmarge (winst ten opzichte van de verkoopprijs). Vergelijk een flip dus nooit direct met de BAR/NAR van een verhuurpand — het zijn andere kengetallen voor een ander soort project.
En bij een vakantiewoning?
Bij een vakantiewoning gelden dezelfde vier kengetallen als bij verhuur (BAR, NAR, cash-on-cash, IRR), maar de opbouw van de brutohuur is complexer: een deel korte-termijnverhuur met een bezettingsgraad en seizoenspatroon, eventueel aangevuld met langetermijnverhuur in het laagseizoen. Platformcommissie en toeristenbelasting horen bij de exploitatiekosten die het verschil tussen BAR en NAR bepalen.
Veelgemaakte fouten
- Alleen naar BAR kijken bij een aankoopbeslissing — het zegt niets over onderhoud, leegstand of financiering.
- Cash-on-cash en IRR vergelijken tussen een volledig eigen-geld-aankoop en een gefinancierde aankoop zonder het hefboomeffect te verdisconteren.
- Fiscale effecten meenemen in de kengetallen zelf. BAR, NAR, cash-on-cash en IRR zijn in deze tools vóór belasting — de box 3-heffing reken je er apart bovenop.
- Een fictieve verkoop als zekerheid zien. De verkoop aan het eind van de horizon in een IRR-berekening is een aanname om de reeks te kunnen sluiten, geen garantie voor de werkelijke waarde op dat moment.
Deze gids beschrijft de rekenmethode op hoofdlijnen; de exacte formules en aannames per tool staan uitgeklapt onder "Zo rekent deze tool" op elke rekenpagina. Geen fiscaal of financieel advies — zie de disclaimer.