Rendement vakantiewoning berekenen

Vergrendeld

Bereken de opbrengst van een vakantiewoning met short-stay verhuur (nachtprijs & bezetting) en optionele langetermijnverhuur in het laagseizoen.

€ 49,00eenmalig

De opbrengst van een vakantiewoning volgt uit nachtprijs, bezetting en seizoenen, minus platformcommissie, schoonmaak, toeristenbelasting en nutskosten. Deze tool rekent ook met langetermijnverhuur in het laagseizoen en eigen gebruik, en toont wat er per jaar overblijft.

Voorbeeld: vakantiewoning van € 350.000

Een vakantiewoning van € 350.000, gefinancierd met € 245.000 verhuurhypotheek (annuïtair, 4,8%, 30 jaar) en € 164.300 eigen inleg — inclusief € 34.300 kosten koper en € 25.000 verbouwing/inrichting komt de totale investering op € 409.300.

Bij 8 maanden korte verhuur per jaar (75% bezetting, € 200 gemiddelde nachtprijs, 15% platformcommissie) en 2 maanden lange verhuur (€ 1.400/maand) is de bruto-omzet in jaar 1 € 39.280. Na exploitatielasten (schoonmaak, toeristenbelasting, VvE, onderhoud, verzekering, OZB, erfpacht) resteert een bruto aanvangsrendement van 9,6% en een netto aanvangsrendement van 4,5%. De maandcashflow is circa € 235 positief, het cash-on-cashrendement 1,7%, en de IRR over 30 jaar — inclusief waardestijging en verkoop — komt uit op 7,9%.

Dit zijn de standaardwaarden waarmee de tool opent — vul je eigen cijfers in om het voor jouw pand door te rekenen.

Zo rekent deze toolDe formules achter de uitkomsten, stap voor stap

Wat een recreatiewoning oplevert bij een mix van korte verhuur (per nacht) en lange verhuur (per maand), na commissie, toeristenbelasting en parklasten.

  1. 1
    Totale investeringkoopsom + kosten koper + verbouwing + inrichting

    Bij een vakantiewoning telt de inrichting als aparte investeringspost — meubels, keuken en linnengoed zijn nodig voordat er één nacht verhuurd kan worden.

  2. 2
    Beschikbare en bezette nachtennachten = maanden korte verhuur × 30,4 × bezettingsgraad

    30,4 is de gemiddelde maandlengte. De bezettingsgraad geldt over de maanden die je voor korte verhuur openstelt, niet over het hele jaar — een woning die 6 maanden open is bij 60% bezetting draait dus ±110 nachten. Korte en lange verhuur samen kunnen nooit meer dan twaalf maanden per jaar beslaan: korte verhuur krijgt voorrang en de lange verhuur vult aan tot het jaar vol is. De bezettingsgraad wordt afgekapt op 100%, want een nacht is maar één keer te verhuren.

  3. 3
    Omzet uit beide verhuurvormenomzet = bezette nachten × nachtprijs + maanden lange verhuur × maandhuur

    Beide stromen groeien met dezelfde huurstijging. De maanden korte en lange verhuur zijn losse invoer, zodat je een seizoensmix kunt neerzetten.

  4. 4
    Omzetgebonden lastenplatformcommissie = commissie% × omzet korte verhuur · toeristenbelasting = bezette nachten × tarief

    De platformcommissie rekent alleen over de korte verhuur — bij een langere huurder loopt er geen boekingsplatform tussen. Toeristenbelasting gaat per bezette nacht, dus die schaalt mee met de bezetting.

  5. 5
    Financiering per deel, maand voor maandrente = restschuld × (rente% / 12)

    Elk financieringsdeel krijgt een eigen maandschema. Annuïtair houdt de maandtermijn gelijk (rente daalt, aflossing stijgt), lineair lost elke maand hetzelfde bedrag af, aflossingsvrij lost niets af. De jaarcijfers zijn de som over alle delen. Rente is een kostenpost, aflossing niet: die verhuist van je schuld naar je vermogen.

  6. 6
    NOI, cashflow, waarde en vermogenwaarde = koopsom × (1 + waardestijging)^jaar

    Vanaf hier is de opbouw gelijk aan die van het verhuurpand: NOI = omzet − alle lasten, cashflow = NOI − rente − aflossing, vermogen = waarde − restschuld. De waarde rekent vanaf de koopsom.

  7. 7
    Fiscale behandeling van de financieringbox 3 · geen renteaftrek

    Elk financieringsdeel financiert dit pand, en privaat belegd vastgoed valt in box 3. Daar bestaat geen renteaftrek — ook niet als de hypotheek op je eigen woning is gevestigd of uit je overwaarde komt: fiscaal telt waar het geld heen ging, niet welk onderpand de bank neemt. Wat de schuld wél doet, is je box 3-grondslag verlagen: ongeveer 0,97% van het bedrag boven de schuldendrempel per jaar, mits je vermogen boven het heffingsvrije bedrag blijft. Dat is geen renteaftrek — het hangt aan de hoogte van je schuld, niet aan je rentepercentage. Daarom heet de kolom in het overzicht 'Rente /mnd' en niet 'Netto': er gaat fiscaal niets van die rente af.

  8. 8
    IRR over de horizon0 = Σ kasstroom(t) / (1 + IRR)^t

    De reeks begint met je eigen inleg als negatieve kasstroom, daarna de jaarlijkse cashflow, en in het laatste jaar plus de netto verkoopopbrengst (eindwaarde − verkoopkosten − restschuld). De rente waarbij die reeks op nul uitkomt is de IRR; die wordt met bisectie gezocht, niet met een formule ineens. Wisselt de cashflow meermaals van teken, dan kan de vergelijking meer dan één oplossing hebben; de tool toont er dan één. En is er geen geldige oplossing — bijvoorbeeld doordat de cashflow nooit negatief of nooit positief wordt — dan blijft de IRR leeg in plaats van dat er een getal wordt verzonnen.

Wat deze tool bewust niet meeneemt

  • De kerncijfers zijn vóór belasting. De fiscale behandeling van je financiering staat er apart bij, maar wordt niet in de cashflow of IRR verrekend.
  • Btw op logies en de box 3-heffing over het pand zitten niet in de berekening. Nieuw in 2026: bij eigen gebruik van een tweede woning geldt een bijtelling in box 3 — die rekent deze tool niet door.
  • De bezettingsgraad is een jaargemiddelde — geen weekend-, vakantie- of seizoenspieken.
  • Schoonmaakkosten per boeking en overige exploitatie voer je zelf in als vaste last; ze schalen niet automatisch mee met het aantal nachten.
  • Parkkosten en erfpachtcanon zijn één vast bedrag per jaar dat met de lastenstijging meegroeit.
  • De projectiehorizon loopt tot maximaal 100 jaar; een hogere invoer wordt daarop afgekapt.

Rekenmethode nagelopen op 26 augustus 2026. Indicatieve berekening — geen fiscaal of financieel advies.

Gebruikte wetgeving & actualiteitOp welke wetten deze tool rekent en hoe actueel de cijfers zijn

Cijfers bijgewerkt op 26 augustus 2026.

  • Overdrachtsbelasting — Wet op belastingen van rechtsverkeer

    Voor woningen die niet je hoofdverblijf worden (beleggings-, tweede en vakantiewoningen) geldt per 1 januari 2026 een tarief van 8% (in 2024-2025 was dit 10,4%). Het tarief telt mee in de kosten koper.

  • Eigenwoningregeling & renteaftrek — Wet IB 2001 (art. 3.111 en 3.119a)

    Rente is alleen aftrekbaar als het geleende geld is besteed aan je eigen woning (hoofdverblijf): aankoop, verbetering, onderhoud of afkoop van erfpacht. Bepalend is de besteding, niet het onderpand — leen je tegen de overwaarde van je eigen woning om dit pand te kopen, dan verhuist die schuld naar box 3 en vervalt de aftrek. Voor leningen vanaf 1-1-2013 geldt bovendien een aflossingseis (ten minste annuïtair binnen 360 maanden) en een aftrektermijn van 30 jaar.

  • Tariefsaanpassing aftrekposten — Wet IB 2001 (art. 2.10 lid 2)

    Aftrekposten in box 1, waaronder eigenwoningrente, worden vergolden tegen maximaal het tweedeschijftarief: 37,56% in 2026. Ook wie in de 49,5%-schijf valt krijgt niet meer dan dat terug.

  • Btw op logies — Wet op de omzetbelasting 1968

    Per 1 januari 2026 valt short-stay verhuur (vakantiewoningen, hotels, B&B) onder het 21%-tarief (was 9%). Kampeerplaatsen blijven 9%. Reken je nachtprijzen inclusief of exclusief btw consequent door.

  • Toeristenbelasting — Gemeentewet (art. 224)

    Gemeenten heffen toeristenbelasting per overnachting; het tarief verschilt sterk per gemeente en voer je zelf in.

  • Inkomstenbelasting box 3 — Wet IB 2001 (hoofdstuk 5)

    Privé verhuurd vastgoed valt in box 3: hypotheekrente is er niet aftrekbaar en de heffing loopt via een (forfaitair) rendement over je vermogen. Deze tool toont daarom brutokasstromen; de box 3-heffing zelf reken je door in het Financieel plan.

Bronnen: Belastingdienst — btw op logies

Deze toelichting en de berekeningen zijn indicatief en geen juridisch of fiscaal advies. Controleer bij besluiten altijd de actuele wetteksten of raadpleeg een adviseur.

Veelgemaakte fouten bij een vakantiewoning doorrekenen

  • Bezettingsgraad te optimistisch inschatten. 75% bezetting klinkt haalbaar, maar geldt alleen in de hoogseizoenmaanden die je zelf als korte-verhuurmaanden opgeeft — reken het hele jaar door, niet alleen de piekweken.
  • Platformcommissie en toeristenbelasting vergeten. Die gaan rechtstreeks van de omzet af (in dit voorbeeld samen een fors deel van de exploitatielasten) — reken met de brutohuurprijs mínus commissie, niet met de prijs die de gast betaalt.
  • Korte en lange verhuur door elkaar husselen. Short-term rental levert een hogere omzet per nacht maar ook hogere lasten (schoonmaak, commissie) op; long-term rental is stabieler maar levert minder op per maand — de tool rekent ze apart door voor precies deze reden.
  • Erfpacht of parkkosten niet meenemen. Bij een recreatiepark of erfpachtgrond is dit vaak een vaste jaarlijkse last die het netto rendement flink drukt als hij wordt vergeten.
  • Waardestijging als zekerheid zien. De IRR in dit voorbeeld gaat uit van 2,5% jaarlijkse waardestijging tot verkoop — verlaag die aanname om te zien hoe gevoelig het rendement daarvoor is.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen short-stay en langetermijnverhuur in deze tool?

Short-stay (STR) is verhuur per nacht via een platform, met een nachtprijs (ADR) en bezettingsgraad — meestal in het hoogseizoen. Langetermijnverhuur is kale maandhuur, bijvoorbeeld in het laagseizoen als de vraag naar short-stay terugvalt. De tool combineert beide naast elkaar.

Wat is bezettingsgraad en waarom kan die niet boven 100% komen?

Bezettingsgraad is het percentage van de beschikbare nachten dat daadwerkelijk verhuurd is. Je kunt een nacht maar één keer verhuren, dus 100% is het maximum dat de tool toestaat.

Welke kosten trekt de tool af van de nachtprijs?

Platformcommissie, toeristenbelasting per bezette nacht, schoonmaakkosten en vaste lasten. Wat overblijft is het netto rendement ná alle exploitatiekosten, niet alleen de brutohuuropbrengst.

Kan ik eigen gebruik meerekenen?

Ja. Nachten die je zelf gebruikt tel je apart in — die nachten leveren geen huur op en drukken dus de opbrengst ten opzichte van volledige verhuur.

Moet ik altijd toeristenbelasting meerekenen?

Tarieven verschillen sterk per gemeente. Vul het lokale tarief per nacht in; de tool rekent dat over alle bezette nachten door in de exploitatielasten.

Is een vakantiewoning fiscaal hetzelfde als een verhuurpand?

Grotendeels — ook een vakantiewoning valt doorgaans in box 3. Deze tool toont de brutokasstromen; de box 3-heffing zelf reken je door in het financieel plan.