Rendement verhuurpand berekenen
Vergrendeld
Reken het rendement door van een beleggingspand dat je langdurig verhuurt: cashflow, BAR/NAR, cash-on-cash, IRR en vermogensopbouw.
Het rendement van een verhuurpand bereken je met het bruto aanvangsrendement (bruto jaarhuur gedeeld door de totale investering: koopsom plus kosten koper), het netto aanvangsrendement (na exploitatiekosten) en de cash-on-cash-return op je eigen inleg. Deze tool rekent ook met financiering (zonder renteaftrek), overdrachtsbelasting en vermogensopbouw.
Voorbeeld: appartement van € 300.000
Een appartement van € 300.000, gefinancierd met € 210.000 verhuurhypotheek (annuïtair, 4,5%, 30 jaar) en € 129.300 eigen inleg. Met kosten koper — overdrachtsbelasting (8%), notaris, makelaar, taxatie en een kleine opknapbeurt — komt de totale investering op € 339.300.
Bij € 1.900 kale huur per maand, 4% leegstand en de gebruikelijke lasten (VvE, onderhoud, verzekering, OZB) is het bruto aanvangsrendement 6,7% en het netto aanvangsrendement 4,6% — het verschil is precies wat exploitatiekosten van de brutohuur afsnoepen. De maandcashflow in jaar 1 is circa € 227 positief, het cash-on-cashrendement (cashflow ten opzichte van de eigen inleg) is 2,1%, en de IRR over de volle looptijd van 30 jaar — inclusief waardestijging en de fictieve verkoop aan het einde — komt uit op 7,7%.
Dit zijn de standaardwaarden waarmee de tool opent — vul je eigen cijfers in om het voor jouw pand door te rekenen.
Zo rekent deze toolDe formules achter de uitkomsten, stap voor stap11 stappen
Wat een verhuurpand per maand oplevert na alle lasten, en wat je er over de hele horizon aan overhoudt inclusief aflossing en waardegroei.
- 1Totale investering
koopsom + kosten koper + verbouwingKosten koper is de overdrachtsbelasting (8% van de koopsom bij een beleggingswoning) plus notaris, aankoopmakelaar en taxatie & advies. De verbouwing telt mee als investering, niet als jaarlijkse last.
- 2Startwaarde van het pand
taxatiewaarde > 0 ? taxatiewaarde : koopsomVul je een taxatiewaarde in, dan is dát de marktwaarde waarop alles verder rekent — in beide richtingen. Onder de taxatie gekocht geeft directe overwaarde, erboven betaald is meteen weg uit je vermogen. Zonder taxatie is de koopsom de startwaarde.
- 3Huurinkomsten per jaar
kale huur × 12 × (1 + huurstijging)^(jaar−1) × (1 − leegstand)De huur groeit vanaf jaar 1 met een vast percentage. Leegstand is een korting op de bruto huur, geen los aantal maanden. Bij een gesplitst pand rekent elk deel met eigen huur, leegstand en waardestijging, en wordt de startwaarde over de delen verdeeld naar hun waarde-aandeel.
- 4Exploitatielasten per jaar
(vve × 12 + onderhoud% × koopsom + verzekering + ozb + parkkosten) × (1 + lastenstijging)^(jaar−1)Alle vaste lasten groeien met dezelfde lastenstijging. Onderhoud rekent als percentage van de koopsom, niet van de actuele waarde — dat houdt de reeks conservatief.
- 5Financiering per deel, maand voor maand
rente = restschuld × (rente% / 12)Elk financieringsdeel krijgt een eigen maandschema. Annuïtair houdt de maandtermijn gelijk (rente daalt, aflossing stijgt), lineair lost elke maand hetzelfde bedrag af, aflossingsvrij lost niets af. De jaarcijfers zijn de som over alle delen. Rente is een kostenpost, aflossing niet: die verhuist van je schuld naar je vermogen.
- 6NOI en cashflow
NOI = effectieve huur − lasten · cashflow = NOI − rente − aflossingDe NOI (netto huurinkomsten) is het resultaat vóór financiering — daarmee vergelijk je panden onderling. De cashflow is wat er echt op je rekening overblijft, dus inclusief aflossing.
- 7Waarde en vermogen per jaar
waarde = startwaarde × (1 + waardestijging)^jaar · vermogen = waarde − restschuldJe vermogen groeit langs twee wegen tegelijk: de waarde stijgt en de schuld daalt. Daarom loopt de vermogenslijn steiler dan de waardelijn.
- 8Rendementskengetallen (jaar 1)
BAR = bruto huur / investering · NAR = NOI / investering · cash-on-cash = cashflow / eigen inlegBAR en NAR meten het pand zelf (zonder financiering), cash-on-cash meet wat jouw eigen geld doet. Alle drie over jaar 1. Financier je alles, dan blijven cash-on-cash én IRR leeg in plaats van 0%: zonder eigen inleg bestaat rendement op eigen geld niet, ook al loopt er wel een cashflow.
- 9LTV per hypotheekdeel
LTV = leningbedrag / min(koopsom + verbouwing, taxatiewaarde)Een bank financiert op de laagste van de aankoopwaarde en de taxatie. Vandaar dat de LTV-basis lager kan liggen dan de waarde waarop je vermogen rekent — dat zijn bewust twee verschillende getallen.
- 10Fiscale behandeling van de financiering
box 3 · geen renteaftrekElk financieringsdeel financiert dit pand, en privaat belegd vastgoed valt in box 3. Daar bestaat geen renteaftrek — ook niet als de hypotheek op je eigen woning is gevestigd of uit je overwaarde komt: fiscaal telt waar het geld heen ging, niet welk onderpand de bank neemt. Wat de schuld wél doet, is je box 3-grondslag verlagen: ongeveer 0,97% van het bedrag boven de schuldendrempel per jaar, mits je vermogen boven het heffingsvrije bedrag blijft. Dat is geen renteaftrek — het hangt aan de hoogte van je schuld, niet aan je rentepercentage. Daarom heet de kolom in het overzicht 'Rente /mnd' en niet 'Netto': er gaat fiscaal niets van die rente af.
- 11IRR over de horizon
0 = Σ kasstroom(t) / (1 + IRR)^tDe reeks begint met je eigen inleg als negatieve kasstroom, daarna de jaarlijkse cashflow, en in het laatste jaar plus de netto verkoopopbrengst (eindwaarde − verkoopkosten − restschuld). De rente waarbij die reeks op nul uitkomt is de IRR; die wordt met bisectie gezocht, niet met een formule ineens. Wisselt de cashflow meermaals van teken, dan kan de vergelijking meer dan één oplossing hebben; de tool toont er dan één. En is er geen geldige oplossing — bijvoorbeeld doordat de cashflow nooit negatief of nooit positief wordt — dan blijft de IRR leeg in plaats van dat er een getal wordt verzonnen.
Wat deze tool bewust niet meeneemt
- De kerncijfers (cashflow, cash-on-cash, IRR) zijn vóór belasting. Het fiscale effect van je financiering staat er apart bij, maar wordt er niet in verrekend.
- De box 3-heffing over het pand zelf zit er niet in. Reken je volledige vermogen door in het Financieel plan.
- Huurstijging, lastenstijging en waardestijging zijn vaste percentages per jaar — geen scenario's of schokken.
- Geen herfinanciering, rentevast-herziening of extra aflossing tijdens de looptijd.
- De verkoop aan het eind van de horizon is fictief en dient alleen om de IRR te sluiten.
- Bedragen zijn nominaal (niet gecorrigeerd voor inflatie).
- De projectiehorizon loopt tot maximaal 100 jaar; een hogere invoer wordt daarop afgekapt.
Rekenmethode nagelopen op 26 augustus 2026. Indicatieve berekening — geen fiscaal of financieel advies.
Gebruikte wetgeving & actualiteitOp welke wetten deze tool rekent en hoe actueel de cijfers zijnBijgewerkt: 26 augustus 2026
Cijfers bijgewerkt op 26 augustus 2026.
Voor woningen die niet je hoofdverblijf worden (beleggings-, tweede en vakantiewoningen) geldt per 1 januari 2026 een tarief van 8% (in 2024-2025 was dit 10,4%). Het tarief telt mee in de kosten koper.
Rente is alleen aftrekbaar als het geleende geld is besteed aan je eigen woning (hoofdverblijf): aankoop, verbetering, onderhoud of afkoop van erfpacht. Bepalend is de besteding, niet het onderpand — leen je tegen de overwaarde van je eigen woning om dit pand te kopen, dan verhuist die schuld naar box 3 en vervalt de aftrek. Voor leningen vanaf 1-1-2013 geldt bovendien een aflossingseis (ten minste annuïtair binnen 360 maanden) en een aftrektermijn van 30 jaar.
Aftrekposten in box 1, waaronder eigenwoningrente, worden vergolden tegen maximaal het tweedeschijftarief: 37,56% in 2026. Ook wie in de 49,5%-schijf valt krijgt niet meer dan dat terug.
Privé verhuurd vastgoed valt in box 3: hypotheekrente is er niet aftrekbaar en de heffing loopt via een (forfaitair) rendement over je vermogen. Deze tool toont daarom brutokasstromen; de box 3-heffing zelf reken je door in het Financieel plan.
Sinds 1 juli 2024 is ook de middenhuur gereguleerd: tot en met 186 WWS-punten geldt een maximale kale huur. Controleer met de tool 'Puntentelling huurwoning' of je beoogde huur is toegestaan.
- Gemeentelijke heffingen — Gemeentewet
OZB, riool- en afvalstoffenheffing verschillen per gemeente en vallen onder de vaste lasten die je zelf invoert.
Bronnen: Belastingdienst · Huurcommissie
Deze toelichting en de berekeningen zijn indicatief en geen juridisch of fiscaal advies. Controleer bij besluiten altijd de actuele wetteksten of raadpleeg een adviseur.
Veelgemaakte fouten bij rendement berekenen
- Alleen naar BAR kijken. Bruto aanvangsrendement zegt niets over onderhoud, VvE-bijdrage, verzekering en leegstand — twee panden met dezelfde BAR kunnen een heel ander netto rendement hebben.
- Leegstand op 0% zetten. Ook bij een goede locatie zit er vrijwel altijd wisseling tussen huurders — een paar procent leegstand is realistischer dan geen enkele.
- Rendement vergelijken zonder financiering mee te wegen. Cash-on-cash en IRR verschillen sterk tussen volledig eigen geld en een gefinancierde aankoop — vergelijk BAR/NAR (het pand) los van cash-on-cash/IRR (jouw eigen inleg).
- Box 3 vergeten. De cashflow hierboven is vóór belasting; privé verhuurd vastgoed valt in box 3 en kent geen renteaftrek — reken dat apart door in het financieel plan voor je totale nettobeeld.
- Verbouwingskosten niet meenemen in de investering. Een opknapbeurt vóór verhuur verhoogt de totale investering en drukt daarmee BAR en NAR — laat dit niet buiten de berekening.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen BAR en NAR?
Het bruto aanvangsrendement (BAR) deelt de jaarhuur door de totale investering (aankoop + kosten koper). Het netto aanvangsrendement (NAR) trekt daar eerst de exploitatiekosten van af en deelt de resterende NOI (netto operationele inkomsten) door dezelfde investering — NAR geeft een realistischer beeld omdat onderhoud, beheer en leegstand meetellen.
Wat is een goed rendement voor een verhuurpand?
Er is geen universeel goed getal — het hangt af van locatie, type pand en het risico dat je accepteert. Kijk daarom niet naar één percentage: BAR, NAR, cash-on-cash en IRR geven samen een completer beeld dan een losse vuistregel.
Wat is cash-on-cash rendement en waarom kijk je daarnaar naast BAR/NAR?
Cash-on-cash deelt de cashflow van jaar 1 door je eigen ingebrachte vermogen (niet door de totale investering). Bij een gefinancierde aankoop laat dit zien hoe hard je eigen geld werkt, inclusief het hefboomeffect van de lening — iets wat BAR en NAR niet tonen.
Hoeveel overdrachtsbelasting betaal ik bij een verhuurpand?
Voor woningen die niet je eigen hoofdverblijf worden geldt per 1 januari 2026 een tarief van 8% (in 2024-2025 was dit 10,4%). Dit telt mee als kosten koper in de totale investering.
Hoe zit het met belasting op een verhuurde woning (box 3)?
Privé verhuurd vastgoed valt in box 3: hypotheekrente is niet aftrekbaar en de heffing loopt via een forfaitair rendement over je vermogen, niet over de werkelijke huurinkomsten. Deze tool toont daarom de brutokasstromen; de box 3-heffing zelf reken je door in het financieel plan.
Wat is IRR en waarom niet gewoon een rendement per jaar?
De interne rentevoet (IRR) houdt rekening met het tijdstip van elke kasstroom — de instap, de jaarlijkse cashflow én de (fictieve) verkoop aan het einde van de horizon. Daardoor vergelijk je scenario's met een verschillende looptijd of verkoopmoment eerlijker dan met een enkel jaarrendement.
Kan ik een pand met een bestaande hypotheek doorrekenen?
Ja. Vul de financieringsdelen in met hun eigen rente, aflossingsvorm en looptijd — de tool ondersteunt meerdere financieringsdelen tegelijk en telt de lasten en aflossing per deel bij elkaar op.