Overdrachtsbelasting vastgoed: 2%, 8% of 10,4%?

Laatst bijgewerkt: 12 september 2026

Overdrachtsbelasting bij vastgoed is in 2026 2% voor een woning die je zelf bewoont, 8% voor beleggingswoningen en 10,4% voor niet-woningen zoals kantoor of winkel. Het tarief voor beleggingswoningen is per 1 januari 2026 verlaagd van 10,4% naar 8%.

Bronnen: Ondernemersplein: OVB voor woning als beleggingsobject verlaagd naar 8% in 2026 · Belastingdienst: overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelasting is de belasting die je betaalt bij de aankoop van bestaand vastgoed, berekend over de koopsom — of over de waarde in het economische verkeer als die hoger is dan de koopsom — en direct verschuldigd op het moment dat de notaris de akte passeert. De WOZ-waarde speelt hier geen rol; die is relevant voor box 3 en voor de woningwaardegrens van de startersvrijstelling, niet voor de grondslag van de overdrachtsbelasting zelf. Welk tarief je betaalt hangt niet af van wat voor pand het is, maar van wat je ermee gaat doen. Die driedeling raakt rechtstreeks de kosten koper in elke rendementsberekening voor een verhuurpand en in elk flipproject. Deze gids zet de tarieven van 2026 op een rij, inclusief de tariefwijziging die net achter de rug is.

De drie tarieven op een rij

Nederland kent voor overdrachtsbelasting drie tarieven, elk gekoppeld aan het doel van de aankoop:

  • 2% — voor een woning die je zelf als hoofdverblijf gaat bewonen. Onder voorwaarden geldt voor starters tot een bepaalde leeftijd en woningwaarde zelfs de startersvrijstelling (0%). Dit tarief is niet van toepassing zodra je het pand verhuurt, als tweede woning aanhoudt of doorverkoopt zonder er zelf te gaan wonen.
  • 8% — voor woningen die niet je hoofdverblijf worden: beleggingswoningen, tweede woningen en vakantiewoningen die je niet zelf permanent bewoont. Dit is het tarief dat de meeste bezoekers van deze site raakt.
  • 10,4% — voor niet-woningen: kantoorpanden, bedrijfsruimte, winkelpanden en grond die niet als woning is bestemd.

De tariefwijziging van 1 januari 2026

Dit is het punt waarover op dit moment de meeste verwarring bestaat, en dus het punt om expliciet te noemen: het tarief voor beleggingswoningen is per 1 januari 2026 verlaagd van 10,4% naar 8%. In 2024 en 2025 gold voor elke woning die niet als hoofdverblijf diende het hoge tarief van 10,4% — hetzelfde tarief als voor niet-woningen. Sinds 2026 is dat voor woningen verlaagd naar 8%, terwijl het tarief voor niet-woningen ongewijzigd op 10,4% is gebleven. Reken je nog met een spreadsheet of artikel van vóór 2026, dan reken je waarschijnlijk 2,4 procentpunt te hoog voor een beleggingswoning. Op een aankoop van € 300.000 scheelt dat € 7.200 aan kosten koper.

Deze site rekent daarom standaard met 8% als default voor een beleggingswoning in de verhuur- en flip-tools — dat is het tarief van 2026, niet het (hogere) tarief van voorgaande jaren. Koop je een kantoorpand, winkelruimte of ander niet-woning-object, dan pas je dat percentage in de tool zelf aan naar 10,4%.

Wanneer geldt welk tarief? Concrete situaties

  • Je koopt een appartement om er zelf te gaan wonen. 2%, en als je aan de startersvoorwaarden voldoet mogelijk de startersvrijstelling.
  • Je koopt een appartement om te verhuren. 8% — ook als je het pand ooit weer wilt verkopen aan een zelfbewoner. Bepalend is de situatie op het moment van de eigendomsoverdracht aan jou, niet je toekomstplan.
  • Je koopt een huis, knapt het op en verkoopt het binnen een jaar door (flip). Ook dan betaal je bij de aankoop 8% — je wordt op het moment van aankoop geen hoofdbewoner, dus het beleggingstarief geldt, ongeacht hoe kort je het pand in bezit houdt. Overdrachtsbelasting is voor een flipper een reële kostenpost, geen uitzonderingsgeval; de flip-rekentool neemt dit dan ook standaard op 8% mee in de kosten koper.
  • Je koopt een kantoorpand om te verbouwen tot appartementen. 10,4%, want op het moment van aankoop is het pand nog een niet-woning. Dat de eindbestemming woningen is, verandert het tarief bij aankoop niet.

De uitzondering: "in wezen nieuwbouw" en 21% btw

Er is een situatie waarin je bij een verbouwing helemaal geen overdrachtsbelasting betaalt, maar in plaats daarvan 21% btw. Dat gebeurt wanneer een verbouwing zo ingrijpend is dat het resultaat fiscaal wordt gezien als "in wezen nieuwbouw" — bijvoorbeeld een kantoorpand dat volledig wordt gestript en herbouwd tot woningen. In dat geval is de levering btw-belast in plaats van overdrachtsbelastingplichtig, en dat verandert de rekensom voor je project fundamenteel: 21% btw over de koopsom (mogelijk deels verrekenbaar, afhankelijk van je positie) is een heel andere kostenpost dan 8% of 10,4% overdrachtsbelasting.

Of een verbouwing de grens naar "in wezen nieuwbouw" overschrijdt, is een feitelijke fiscale beoordeling die niet in een simpele vuistregel te vangen is — de mate van sloop, de wijziging van de constructie en de functie spelen allemaal mee. Laat dit bij een project van deze omvang altijd vooraf fiscaal toetsen, vóórdat je het project doorrekent alsof overdrachtsbelasting van toepassing is.

Overdrachtsbelasting als onderdeel van de kosten koper

Overdrachtsbelasting staat nooit op zichzelf in een investeringsberekening. Het is één regel in de kosten koper, samen met notariskosten, makelaarscourtage en taxatie- en advieskosten. In de rekentools op deze site wordt de overdrachtsbelasting berekend als percentage van de aankoopprijs en vervolgens bij die andere posten opgeteld tot de totale eenmalige aankoopkosten — het bedrag dat naast de koopsom zelf uit eigen vermogen of financiering moet komen.

Dat optellen is meer dan boekhouding: kosten koper verlagen namelijk niet je toekomstige verkoopopbrengst, maar drukken wél direct op je eigen inbreng en dus op je rendement op eigen vermogen. Bij een flip, waar de doorlooptijd kort is, weegt deze eenmalige post relatief zwaarder mee dan bij een verhuurpand dat je twintig jaar aanhoudt — precies waarom de overdrachtsbelasting in de flip-tool een directe invoerregel is naast verbouwbudget en verkoopmakelaarskosten, niet een verstopt percentage.

Veelgemaakte denkfouten

  • "Ik verkoop binnen een jaar, dus geldt voor mij het lage tarief." Nee. De duur waarmee je een pand aanhoudt speelt geen rol; bepalend is of je het pand bij aankoop zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.
  • "Overdrachtsbelasting is 10,4% voor alle beleggingen." Dat was het tarief van 2024-2025. Sinds 1 januari 2026 is dit voor beleggingswoningen verlaagd naar 8%; alleen niet-woningen zoals kantoorpanden blijven op 10,4%.
  • "Startersvrijstelling geldt voor elke aankoop onder de 35." De vrijstelling is gebonden aan voorwaarden rond leeftijd, woningwaarde en dat het om een hoofdverblijf gaat — een beleggingswoning komt niet in aanmerking, ongeacht de leeftijd van de koper.
  • "Bij een ingrijpende verbouwing betaal ik sowieso geen overdrachtsbelasting." Alleen als de verbouwing fiscaal als "in wezen nieuwbouw" kwalificeert, verschuift de heffing naar 21% btw. Bij een gewone renovatie blijft gewoon overdrachtsbelasting verschuldigd over de koopsom.

Deze gids beschrijft de overdrachtsbelastingtarieven van 2026 op hoofdlijnen ter oriëntatie. Het is geen fiscaal advies — zie ook de disclaimer. Twijfel je of "in wezen nieuwbouw" op jouw project van toepassing is, of over de startersvrijstelling in jouw situatie? Raadpleeg een notaris of belastingadviseur vóórdat je de koopovereenkomst tekent.

Financier je de aankoop met een hypotheek op het beleggingspand? Lees verder in verhuurhypotheek: LTV, rente en financiering van een beleggingspand.