Financieel plan & pensioen berekenen

Vergrendeld

Breng je financiële situatie in kaart, simuleer je toekomst tot na je pensioen en zie de impact van investeringen op je totale vermogen.

€ 79,00eenmalig

Een financieel plan brengt je vermogen, inkomen en lasten in kaart en simuleert de ontwikkeling tot na je pensioen. Met deze tool zie je wat vastgoed, sparen en beleggen samen doen met je vermogen, en of je pensioen financieel haalbaar is.

Voorbeeld: 40-jarige met eigen woning, spaargeld en pensioen

Iemand van 40 jaar, bruto € 55.000 per jaar in loondienst, met € 75.000 aan spaargeld en beleggingen, € 80.000 pensioenvermogen, een woning van € 400.000 met € 250.000 hypotheek (annuïtair, 3,5%, resterend 27 jaar) en € 2.000 maandelijkse uitgaven. Het huidige nettovermogen komt daarmee op € 305.000.

Bij pensioen op 67 jaar (AOW + € 1.200/maand werkgeverspensioen) en 4% gemiddeld rendement op vermogen en pensioenpot is het plan haalbaar tot en met 90 jaar: het gemiddelde jaarsaldo ná pensionering is circa € 11.700 positief, en het nettovermogen op 90 jaar komt nominaal uit op € 2.858.180 — omgerekend naar koopkracht van vandaag (2% inflatie) is dat € 1.061.893.

Dit zijn de standaardwaarden waarmee de tool opent — vul je eigen situatie in om te zien of jouw plan haalbaar is.

Zo rekent deze toolDe formules achter de uitkomsten, stap voor stap

Hoe je inkomen, uitgaven, schulden, beleggingen en vastgoed zich jaar voor jaar tot elkaar verhouden — vóór en ná pensioen, inclusief belasting.

  1. 1
    Jaar-voor-jaar-simulatievoor elk jaar t: indexatie = (1 + inflatie)^t

    Alle bedragen worden ingevoerd in euro's van nu en per jaar geïndexeerd. De simulatie loopt per levensjaar van de primaire persoon, zodat de pensioenleeftijd het omslagpunt is.

  2. 2
    Inkomen en box 1

    Per persoon wordt het bruto inkomen door de schijven van box 1 gehaald, inclusief heffingskortingen, en de pensioeninleg binnen de jaarruimte gaat er vóór de heffing af (die inleg is dus geen extra kasuitgave meer). Na de pensioenleeftijd komt het inkomen uit de opgebouwde pensioenstromen in plaats van uit werk. Het lagere schijf 1-tarief hangt aan je AOW-leeftijd, niet aan het moment waarop je stopt met werken: stop je eerder, dan betaal je tot je AOW-leeftijd nog het volle tarief; werk je door, dan geldt het lage tarief al.

  3. 3
    Box 3 over het vermogengrondslag = bank + beleggingen − (schulden − drempel), daarna heffingsvrij vermogen eraf

    Box 3 rekent forfaitair: spaargeld en beleggingen krijgen elk hun eigen rendementspercentage, schulden tellen alleen mee boven de schuldendrempel en drukken het rendement. Met een fiscaal partner verdubbelen de vrijstelling en de drempel. De peildatum is 1 januari: zowel de bezittingen als de schulden worden op hun stand aan het begin van het jaar afgerekend, vóór de groei en aflossing van dat jaar. Privaat verhuurd vastgoed en recreatiewoningen tellen mee in box 3; je eigen woning niet. Een gefinancierd pand gaat er brúto in: de pandwaarde bij de overige bezittingen (6%) en de hypotheek bij de schulden (2,7%). Die twee forfaits verschillen, dus alleen de overwaarde meetellen zou de heffing flink onderschatten.

  4. 4
    Investeringen uit de andere tools

    Een opgeslagen verhuur-, vakantie- of flipscenario wordt op de gekozen startleeftijd ingelegd en levert daarna zijn eigen cashflow en equity aan het plan. Een flip is kortlopend: de equity staat vast tot de exit en komt op het exitmoment als bedrag vrij.

  5. 5
    Jaarsaldo en vermogensaldo = netto inkomen − uitgaven − schuldlasten − box 3 + cashflow investeringen

    Een positief saldo groeit aan bij het spaargeld, een negatief saldo teert erop in. Het totale vermogen is vrij vermogen + pensioenpot + overwaarde eigen woning + equity uit investeringen + overige bezittingen − schulden.

Wat deze tool bewust niet meeneemt

  • Rendementen op spaargeld, beleggingen en pensioen zijn vaste percentages per jaar — geen volatiliteit of slechte-jaren-scenario.
  • De belastingtarieven en -schijven van het huidige jaar worden voor de hele looptijd doorgetrokken; toekomstige wetswijzigingen zitten er niet in.
  • Box 3 rekent forfaitair. De tegenbewijsregeling (heffing op werkelijk rendement) is niet ingebouwd.
  • Zorgtoeslag, huurtoeslag en andere inkomensafhankelijke regelingen worden niet meegerekend.
  • Alle bedragen zijn nominaal; de indexatie maakt ze vergelijkbaar, maar corrigeert niet je koopkracht achteraf.

Rekenmethode nagelopen op 26 augustus 2026. Indicatieve berekening — geen fiscaal of financieel advies.

Gebruikte wetgeving & actualiteitOp welke wetten deze tool rekent en hoe actueel de cijfers zijn

Cijfers bijgewerkt op 23 juni 2026.

  • Inkomstenbelasting box 1 — Wet IB 2001

    Bruto-netto berekening met de schijventarieven, algemene heffingskorting en arbeidskorting van 2026. De cijfers staan per jaar bewerkbaar in de tool.

  • Zorgverzekeringswet (Zvw)

    Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw voor winst/resultaat-genieters, cijfers 2026.

  • Inkomstenbelasting box 3 — Wet IB 2001

    Vermogensrendementsheffing met de forfaitaire rendementen en het heffingsvrij vermogen van 2026, inclusief de tegenbewijsregeling (rekenen met werkelijk rendement).

  • Algemene Ouderdomswet (AOW)

    AOW-leeftijd en -uitkering als basis voor de pensioenfase in de simulatie.

  • Jaarruimte lijfrente — art. 3.127 Wet IB 2001

    Aftrekbare pensioeninleg (jaarruimte) op basis van je inkomen en factor A; verlaagt box 1-inkomen en groeit mee in de pensioenpot.

Bronnen: Belastingdienst

Deze toelichting en de berekeningen zijn indicatief en geen juridisch of fiscaal advies. Controleer bij besluiten altijd de actuele wetteksten of raadpleeg een adviseur.

Veelgemaakte fouten bij een financieel plan doorrekenen

  • Uitgaven na pensioen gelijkstellen aan uitgaven nu. In dit voorbeeld liggen ze juist hoger (€ 2.200 versus € 2.000 per maand) — meer vrije tijd betekent voor de meeste mensen niet minder, maar andere uitgaven.
  • Rendement op vermogen en op de hypotheekrente door elkaar halen. Een aanname van 4% rendement op vermogen tegenover 3,5% hypotheekrente klinkt gunstig, maar rendement is nooit gegarandeerd terwijl de hypotheeklast dat wél is — wees voorzichtig met deze aanname bij een groot deel vreemd vermogen.
  • Box 3 en box 1 uitzetten om de berekening simpel te houden. In dit voorbeeld staan beide uit (geen belastingheffing meegenomen) — voor een realistisch nettobeeld moet je ze aanzetten zodra je vermogen boven het heffingvrije bedrag uitkomt.
  • Woningwaarde meetellen als vrij besteedbaar vermogen. De woningequity in dit voorbeeld loopt op tot ruim € 1.098.000 op 90-jarige leeftijd, maar dat vermogen zit vast in stenen — het is geen inkomen waarmee je maandelijkse uitgaven betaalt, tenzij je verkoopt of een verzilverhypotheek neemt.
  • Alleen naar het nominale eindvermogen kijken. € 2.858.180 op 90-jarige leeftijd klinkt riant, maar in koopkracht van vandaag (2% inflatie per jaar, 50 jaar lang) is dat nog € 1.061.893 — vergelijk altijd de reële cijfers als je plannen voor de lange termijn maakt.

Veelgestelde vragen

Wat is jaarruimte en waarom staat dat in een vermogensplan?

Jaarruimte is de fiscale ruimte om dit jaar aftrekbaar bij te sparen voor pensioen, bijvoorbeeld via een lijfrente — gebaseerd op je inkomen minus de AOW-franchise. De tool berekent die ruimte en kan hem optioneel meenemen in de simulatie.

Rekent deze tool met box 1 én box 3?

Ja, allebei apart te activeren. Box 1 voor de bruto-naar-nettoberekening in je werkfase en op AOW/pensioen; box 3 voor de vermogensrendementsheffing op je lopende vrije vermogen boven het heffingsvrij vermogen.

Hoe worden mijn vastgoedbeleggingen meegenomen in het plan?

Elk tool-scenario dat je opslaat (verhuur, vakantiewoning of flip) kun je invoegen als investering — de tool zet de cashflow, vermogensopbouw en, bij een flip, de exit-opbrengst automatisch in de tijdlijn van het plan.

Wat gebeurt er met mijn pensioenpot bij pensionering in de berekening?

Zodra je je pensioenleeftijd bereikt, voegt de tool je pensioenpot samen met je vrije, opneembare vermogen. Daarna groeit het geheel op het rendement dat je voor sparen/beleggen hebt ingesteld.

Kan ik met een partner rekenen?

Ja. Het plan ondersteunt meerdere personen, elk met een eigen inkomen, AOW-leeftijd, pensioenstromen en jaarruimte.

Hoe actueel zijn de belastingtarieven in de tool?

De tool gebruikt de officiële 2026-tarieven (schijven, heffingskortingen, heffingsvrij vermogen) en is bewerkbaar zodra een nieuw belastingjaar nieuwe cijfers brengt.